Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Wederrechtelijk

Doctrine

De Jong & Knigge

De Jong & Knigge zeggen hierover het volgende: Wederrechtelijk betekent in de eerste plaats dat de aanranding moet uitgaan van een persoon. Iemand die door een dier wordt aangerand, kan zich derhalve niet op noodweer beroepen, maar mogelijk wel op overmacht. Ook zit in de wederrechtelijkheid van de aanranding opgesloten dat de aanvaller niet in zijn recht moet staan. Een politieagent die bevoegd iemand aanhoudt, handelt derhalve niet wederrechtelijk. Ook kan van wederrechtelijk aanranden geen sprake zijn, indien de aangetaste persoon toestemming tot de aanranding heeft gegeven. Wie in noodweer handelt, staat in zijn recht. Dientengevolge is noodweer tegen noodweer niet mogelijk, omdat de aanranding niet wederrechtelijk is. Noodweer tegen noodweerexces is niet uitgesloten. [25]

De Hullu

De Hullu heeft er weinig moeite mee om noodweer wel mogelijk te achten tegen de aanval door een dolle hond of een wild zwijn, “omdat er dan in ieder geval geen sprake is van een rechtmatige aanranding. Het wederrechtelijkheidsvereiste ontleent zijn zin er immers aan dat het handelen in noodweer tegen rechtmatige aanrandingen uitsluit”. [26]

Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink

Volgens Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink kan noodweer wel toelaatbaar zijn, indien een dier bijvoorbeeld zou worden opgehitst door een gewone burger en dus als instrument wordt gebruikt. Ook vervalt door een aanval door psychotici de wederrechtelijkheid nog niet, omdat de daad niet kan worden toegerekend. De aanranding blijft wederrechtelijk, indien er geen strafbaar feit zou zijn begaan, wegens het ontbreken van de vereiste opzet. [27]

Machielse

In de opvatting van Machielse “betekent wederrechtelijk in art. 41 in strijd met een rechtsplicht, verboden. Die rechtsplicht kan voortspruiten uit geschreven en ongeschreven recht. In het laatste geval denk ik bijv. aan ongeschreven zorgvuldigheidsregels die de kern van de culpa vormen, en aan de onrechtmatige daad. Een wederrechtelijke aanranding is dus een feitelijke aantasting of onmiddellijk dreigende feitelijke aantasting die aan de ander verboden is.” [28]


[25] de Jong & Knigge 2003, p. 171.
[26] de Hullu 2006, p. 302.
[27] Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink 1996, p. 319.
[28] Machielse 1986, p. 572.