Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Rechtspraak

1979

Het latere slachtoffer had verdachte bedreigd haar te zullen verkopen aan de chinezen. Verdachte, die zelf afkomstig is uit India, voelde zich hierdoor erg bedreigd. Zij zag geen andere uitweg meer en sneed het slachtoffer de keel door met dodelijke afloop. Verdachte beriep zich op psychische overmacht. Het hof verwierp dat beroep, want verdachte had alternatieven laten liggen, die ook een einde hadden kunnen maken aan de bedreigde situatie. Zo had verdachte zich bijvoorbeeld kunnen verwijderen uit de woning, de politie kunnen bellen of een andere hulpverleningsinstantie in kunnen schakelen. De Hoge Raad kon zich daar in vinden. [116]

1992

Het latere slachtoffer had gedreigd dat verdachte zou worden gedood en haar dochtertje verkracht. In zijn slaap had verdachte het slachtoffer met pistoolschoten om het leven gebracht. Verdachte voelde zich daartoe door psychische overmacht gedrongen. Het hof was van mening dat verdachte andere wegen had moeten bewandelen, nu het slachtoffer lag te slapen en er dus voor verdachte andere mogelijkheden waren om een einde aan de ervaren bedreiging te maken. De Hoge Raad verwierp het beroep. [117]

1999

Verdachte had zijn ex-echtgenote en de leerkrachten van zijn kinderen bedreigd en dacht daarmee een omgangsregeling met zijn kinderen te bewerkstelligen. Verdachte beriep zich op psychische overmacht. Omdat verdachte van zijn ex-vrouw zijn kinderen niet meer mocht zien, handelde hij onder een onweerstaanbare druk. Volgens het hof had verdachte zich moeten onthouden van het plegen van misdrijven en naar alternatieven moeten grijpen. De Hoge Raad zag geen reden tot cassatie en overwoog onder meer dat het hof de verwerping van het beroep op psychische overmacht toereikend had gemotiveerd, door te overwegen dat verdachte zich onder behandeling had kunnen stellen en op die manier iets te doen aan de geëscaleerde situatie. [118]

2000

Het gezin waar verdachte uit komt, werd jarenlang door zijn vader getiranniseerd. Alle gezinsleden werden regelmatig door vader ernstig mishandeld. Toen verdachte op een ochtend werd gewekt door geschreeuw en lawaai, ging hij naar beneden. Op de slaapkamer van zijn vader (het latere slachtoffer) zag hij zijn moeder bewegingsloos liggen. Verdachte dacht aan zijn eigen veiligheid en dat van zijn broertje en moeder. Daardoor doodde hij zijn vader. Het hof accepteerde het beroep op psychische overmacht en overwoog onder meer: “Uit de verklaring van de getuige-deskundige is gebleken dat, hoewel er theoretisch gezien voor verdachte de mogelijkheid bestond te vluchten, voor verdachte, gelet op zijn verantwoordelijkheidsgevoel, geen andere keuzemogelijkheden waren in deze bedreigende situatie alsmede dat bij verdachte een bewustzijnsvernauwing is opgetreden, zodat er in redelijkheid geen ruimte was voor rationeel nadenken en dat verdachte onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen, dan hij heeft gehandeld.”. [119]

2002

Verdachte heeft haar vriend vermoord. Zij diende een slaapmiddel toe, sloeg het slachtoffer met een schop op het hoofd en sneed vervolgens de keel door. Verdachte voelde zich daartoe gedrongen door de psychische druk die er op haar werd uitgeoefend. Het slachtoffer dreigde namelijk haar familie te vermoorden en het dochtertje van verdachte mee te nemen. Daardoor pleegde zij volgens haar zeggen het feit. De rechtbank overwoog dat het aannemelijk is geworden dat verdachte onder (zeer) grote psychische druk stond. Het beroep op psychische overmacht werd echter verworpen, onder meer omdat verdachte diepgaander had moeten onderzoeken of er alternatieven waren om aan de druk te ontsnappen. [120]


[116] HR 20 november 1979, NJ 1980, 129.
[117] HR 26 mei 1992, NJ 1992, 681.
[118] HR 23 november 1999, NJ 2000, 89.
[119] Hof Amsterdam 26 september 2000, NJ 2000, 746.
[120] Rechtbank Assen 4 september 2002, LJN AE7086.