Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Subsidiariteit in overmacht (psychische overmacht)

Omschrijving

Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen, aldus art. 40 Sr. Er wordt bedoeld een situatie waarin op de verdachte een zodanige drang wordt uitgeoefend, dat niet gezegd kan worden dat het plegen van het delict de uiting was van een vrije wilsbepaling (schulduitsluitingsgrond). [112]

Doctrine

De Jong & Knigge

De Jong & Knigge stellen dat wanneer er door langdurige pressie een explosieve toestand ontstaat, is er doorgaans ook tijd om uitwegen te zoeken. Iemand die een delict pleegt waartoe hij door overmacht werd gedrongen, gaat niet vrij uit als hij niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijze van hem verwacht mag worden om aan de bedreigende situatie een einde te maken. Daarbij kan gedacht worden aan het inschakelen van hulpverlenende instanties, zoals: politie, arts, maatschappelijk werker enz. [113]

Kelk

Volgens Kelk vergt de subsidiariteit bij een keuze uit mogelijkheden om uit de netelige situatie te geraken, dat zoveel mogelijk de minst schadelijke, dus ook de minst of niet strafbare weg zal worden gekozen. Subsidiariteit en proportionaliteit kunnen ook in elkaar overvloeien en zich met elkaar vermengen. Indien namelijk een andere minder zware weg heeft open gestaan maar niet is bewandeld, kan ook het proportionaliteitsbeginsel afbreuk lijden. [114]

Dolman

Dolman is ten aanzien van de subsidiariteit van mening dat bij de beantwoording van de vraag wat nog van de dader verwacht mocht worden om het gevaar af te wenden, ook de wijze waarop de situatie ontstond in aanmerking moet worden genomen. De subsidiariteitseis ziet niet alleen op de onmogelijkheid te voorkomen dat gevaar ontstond, dan wel zich eraan te onttrekken. Van psychische overmacht kan ook geen sprake zijn indien de dader zich op andere, rechtens geoorloofde wijze kon redden. Ook bij dat oordeel moet de persoon van de dader worden betrokken, maar het perspectief van de dader hoeft niet doorslaggevend te zijn. [115]


[112] Willeme 1980, p. 2.
[113] de Jong & Knigge 2003, p.160.
[114] Kelk 1998, p. 260.
[115] Dolman 2006, p. 190-191.