Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Rechtspraak

1949

In deze zaak speelde zich het volgende af: Een werkgever betaalde zijn werknemers teveel loon uit, in strijd met de geldende regels. Hij had daar voor toestemming moeten vragen. De werkgever voelde zich genoodzaakt een hoger loon te betalen, want anders zouden de werknemers hem verlaten en dat zou schadelijk voor het bedrijf zijn. De werkgever stond dus voor twee belangen, namelijk de geldende regels, die verboden zonder toestemming meer loon te betalen enerzijds, en het belang van het behoud van zijn bedrijf anderzijds. De politierechter  overwoog onder andere dat de werkgever toestemming had moeten vragen en nu de werkgever dat niet had gedaan, was er geen sprake van noodtoestand. De Hoge Raad stemde hier mee in. [108]

1969

Verdachte reed in de auto, toen er onderweg een technisch mankement ontstond. De motor liep nog wel, maar de auto trok niet meer. Verdachte probeerde met zijn remlichten het achterliggende verkeer te waarschuwen. Uiteindelijk besloot hij de auto zoveel mogelijk aan de rechterkant te laten uitlopen. Verdachte bevond zich dus in een noodsituatie. Het belang van de verkeerveiligheid tegenover het belang van de geldende regels, aangezien stilstaan op de weg verboden is. De rechtbank oordeelde dat verdachte zijn auto in de berm had moeten parkeren en niet op de rijbaan. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak, want de rechtbank had de juistheid van het verweer van verdachte, het technisch mankement, nader moeten onderzoeken. [109]

1979

In deze zaak ging het om een verdachte die in de auto reed tijdens rijontzegging.Verdachte kreeg te horen dat zijn moeder in het ziekenhuis lag en dat haar toestand ernstig was. Op dat moment was hij werkzaam in de autosloperij van zijn zwager. Zonder overleg stapte verdachte in één een van de auto’s van zijn zwager, haalde zijn zus en zijn vader op en reed naar het ziekenhuis. Onderweg werd hij aangehouden. Het hof overwoog dat verdachte aan zijn zwager had kunnen vragen hem naar het ziekenhuis te brengen of anders een taxi had kunnen nemen. Nu verdachte die alternatieven had open gelaten, ging het beroep op noodtoestand niet op. De Hoge Raad kon zich daar in vinden. [110]

1985

Verdachte bevond zich in de trein in een niet rokers-coupé, terwijl er iemand was die wel rookte. Een aantal malen verzocht verdachte te stoppen met roken, dit echter zonder effect. Verdachte was namelijk allergisch voor roken, want daar kreeg hij darmklachten door. Uiteindelijk besloot verdachte toen aan de noodrem te trekken, hetgeen zonder noodzaak verboden is. Aangezien de allergie van verdachte niet aannemelijk was geworden en verdachte in een andere coupé had kunnen gaan zitten, verwierp de rechtbank het beroep op noodtoestand. De Hoge Raad zag geen reden te casseren. [111]


[108] HR 1 november 1949, NJ 1950, 121.
[109] HR 11 februari 1969, NJ 1970, 43.
[110] HR 9 januari 1979, NJ 1979, 209.
[111] HR 4 juni 1985, NJ 1986, 74.