Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Subsidiariteit in overmacht (noodtoestand)

Omschrijving

In 1923 heeft de Hoge Raad voor het eerst een belangrijke uitbreiding gegeven aan het begrip overmacht, door de erkenning van noodtoestand. Een opticien had de Amsterdamse winkelsluitingsverordening overtreden, door een klant te helpen na sluitingstijd. De opticien had de klant geholpen, omdat hij zonder bril of lorgnet niet kon zien en daardoor in een hulpbehoevende toestand verkeerde. De rechtbank was van mening dat het voor de opticien een maatschappelijke verplichting was in deze omstandigheden hulp te verlenen en dat de opticien tot deze verplichting was gedrongen. Daardoor werd de strafbaarheid van het feit opgeheven. De Hoge Raad kon zich daar in vinden en merkte daarbij nog op dat het begrip overmacht mede omvat de noodtoestand. [102]

Noodtoestand betreft dus de situatie waarin men wordt geconfronteerd met twee rechtsbelangen die met elkaar conflicteren. In deze gevallen pleegt men door te kiezen voor het ene belang of de ene rechtsplicht, een strafbaar feit. [103]

Doctrine

De Hullu

Indien de verdachte goede alternatieven heeft laten liggen, zal een beroep op noodtoestand niet snel worden geaccepteerd. Het is aan te bevelen dat de rechter die alternatieven dan ook met zoveel woorden omschrijft bij de verwerping van het beroep op noodtoestand, aldus De Hullu. [104]

Kelk

Kelk merkt op dat vanwege het feit dat noodtoestand wordt gezien als een rechtvaardigingsgrond, er een absolute werking uitgaat van het subsidiariteitsbeginsel. Er moet een min of meer juiste keuze worden gemaakt. Dat betekent dus dat er streng zal worden getoetst aan dit vereiste. [105]

De Jong & Knigge

De Jong & Knigge merken op dat het handelen pas wordt gerechtvaardigd, indien de dader geen andere keus had. Vereist is dus dat het doel niet op een andere manier kon worden bereikt. [106]

Dolman

Dolman is van mening dat noodtoestand een strafbaar feit slechts rechtvaardigt, indien geen rechtmatig alternatief voorhanden is om het bedreigde belang te behouden. De vraag of een rechtmatig alternatief voorhanden is, gaat logisch vooraf aan de vraag of voor het geringste kwaad is gekozen. Indien  alternatieven ontbreken, moeten hogere eisen worden gesteld aan de wijze waarop het conflict wordt opgelost. Het middel dat wordt ingezet voor het behouden van het gekozen belang moet daartoe geëigend zijn. [107]


[102] HR 15 oktober 1923, NJ 1923, 1329.
[103] Knoops 1998, p. 31.
[104] De Hullu 2006, p. 289.
[105] Kelk 1998, p. 268.
[106] de Jong & Knigge 2003, p. 163.
[107] Dolman 2006, p. 236.