Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Samenvatting ontwikkeling in de rechtspraak t.a.v. noodweerexces

Van overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging, is sprake indien iemand vanaf het begin ter verdediging een te zwaar middel inzet. Dit wordt “intensief exces” genoemd. De Hoge Raad bepaalde in 1975 (HR 27 mei 1975, NJ 1975, 463) dat het overschrijden van de grenzen zich ook nog kan voordoen, indien de aanval reeds is afgelopen. Dat was de introductie van “extensief exces.” In 1988 (HR 18 oktober 1988, NJ 1989, 511) bepaalde de Hoge Raad, dat er zelfs nog sprake kan zijn van noodweerexces, indien de verdediging nog moet beginnen, op het moment dat de aanval is afgelopen. Dat wordt “tardief exces” genoemd. In 1993 (HR 18 mei 1993, NJ 1993, 691) komt de Hoge Raad met een algemene regel, dat het overschrijden van de grenzen van noodzakelijke verdediging zich kan voordoen, indien de verdediging noodzakelijk is of noodzakelijk is geweest.

Het vereiste van de dubbele causaliteit, betekent in de rechtspraak dat het overschrijden van de grenzen van noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg moet zijn van de hevige gemoedsbeweging en dat de hevige gemoedsbeweging het gevolg moet zijn van de aanranding. Door de uitspraak van de Hoge Raad in 2006 (HR 13 juni 2006, LJN, AW3569), wordt dit vereiste enigszins gerelativeerd en lijkt er meer ruimte te worden gegeven voor een beroep op noodweerexces. De Hoge Raad bepaalde namelijk dat de hevige gemoedsbeweging van doorslaggevende betekenis moet zijn geweest voor de gedraging, maar dat niet geheel uitgesloten is dat andere factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van de hevige gemoedsbeweging. Welke andere factoren de Hoge Raad hier precies op het oog heeft, is mij niet duidelijk. Naar mijn mening doet een dergelijke opstelling van de Hoge Raad ook meer recht aan de werkelijkheid. Het is natuurlijk geen eenvoudige taak, precies vast te stellen waardoor de grenzen nu precies zijn overschreden en waardoor de hevige gemoedsbeweging nu precies is veroorzaakt. Niet uitgesloten lijkt mij dat er diverse factoren een rol kunnen spelen bij het veroorzaken van de hevige gemoedsbeweging en het overschrijden van de grenzen.

De hevige gemoedsbeweging kan bestaan uit vrees, angst en radeloosheid. Het is niet noodzakelijk dat de hevige gemoedsbeweging een zodanige intensiteit heeft bereikt, dat vrije wilsbepaling is uitgesloten. Het is moeilijk te bepalen wanneer gezegd kan worden dat vrije wilsbepaling is uitgesloten. De hevige gemoedsbeweging moet plotseling en door de aanranding zijn ontstaan.