Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Rechtspraak

1941

In de bezettingstijd was een het aanranden van de eer aan de orde. Het betrof een W.A.-man, die iemand had mishandeld, maar een beroep deed op noodweer. Tijdens het passeren in de hal van het centraal station had de mishandelde de W.A.-man laatdunkend aangekeken en vervolgens “gebroekhoest”. Volgens de rechtbank was hier sprake van aanranding van de eer en op deze wijze werd eerbaarheid uitgebreid met eer. [5] Het beroep op noodweer slaagde.

1956

Het verdedigen tegen het belemmeren van een recht van uitweg, kan geen noodweer opleveren. Verdachte had een ijzeren draad, welke door de gemeente voor zijn perceel door de heesterbeplanting, evenwijdig aan de rijbaan en het trottoir was gespannen doorgeknipt en vier zich aldaar bevindende heesters uit de grond getrokken en aan de overkant van de straat neergelegd. Het spannen van de ijzeren draad, leverde geen aanranding van lijf, eerbaarheid of goed op. [6]

1974

Onder lijf, eerbaarheid of goed valt ook niet een aan een patiënt toekomend recht of belang bij een medische behandeling en de beëindiging van een eenmaal aangevangen behandeling, terwijl voortzetting medisch gezien noodzakelijk is. [7]

1996

Het beperken van de bewegingsvrijheid, levert ook een aanranding van het lijf op. Het slachtoffer had zonder eigen recht de verdachte in haar bewegingsvrijheid beperkt, terwijl de verdachte dit uitdrukkelijk niet wilde en meermalen had verzocht haar los te laten, was er dat moment ten aanzien van de verdachte reeds sprake van een aanranding van haar lijf. [8]

1998

Van aanranding van een goed kan geen sprake zijn, indien iemand het huis van een ander binnendringt, zonder daarbij iets te vernielen of beschadigen. Huisvredebreuk is wel aannemelijk geworden, aldus het Hof. De Hoge Raad overwoog: In aanmerking genomen dat met de term goed in art. 41 Sr voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten worden bedoeld, heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. [9]


[5] Rechtbank Amsterdam 4 november 1941, NJ 1942, 85.
[6] Hof Leeuwarden 15 maart 1956, NJ 1956, 560.
[7] HR 26 november 1974, NJ 1975, 150.
[8] HR 17 december 1996, NJ 1997, 262.
[9] HR 14 april 1998, NJ 1998, 662.