Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Rechtspraak ten aanzien van het willens en wetens handelen

1935

Er speelde zich in deze zaak het volgende af: Verdachte kocht een mes en maakte dat scherp. Vervolgens ging verdachte naar een café en lokte daar een confrontatie uit met het latere slachtoffer. Toen het slachtoffer naar huis ging, is verdachte achter hem aangegaan. Onderweg lokte verdachte toen een vechtpartij met het slachtoffer uit, waarbij verdachte uiteindelijk het slachtoffer neerstak, waardoor het slachtoffer overleed. Het hof verwierp het beroep, nu uit onderzoek niet is gebleken dat verdachte handelde ter noodzakelijke verdediging. De Hoge Raad was het met het hof eens, en oordeelde dat toch het hof heeft uitgemaakt dat verdachte de aanval uitlokte en daar een aanwijzing in kon vinden dat verdachte niet handelde ter noodzakelijke verdediging. [59]

1987

Deze gebeurtenis speelde zich op Aruba af. Tijdens de verkiezingen op Aruba, reed verdachte in zijn auto, duidelijk voorzien van aanduidingen van een politieke partij, naar een plaats die bekend staat als een bolwerk van een rivaliserende partij. Verdachte reed met de ramen open en bracht de auto op een gegeven moment ook tot stilstand. Aanhangers van de rivaliserende partij schopten toen tegen verdachte’s auto aan. Verdachte heeft toen geschoten op iemand met dodelijke afloop. Het hof stelde dat verdachte, door zich te begeven op een plaats van de rivaliserende partij, terwijl zijn auto duidelijk voorzien was van aanduidingen van een politieke partij en zijn auto stilzet, met de ramen open, het slaan en het schoppen tegen de auto zelf heeft opgewekt. De Hoge Raad kon zich daar in vinden. [60]

1991

Voorafgaande aan een schietpartij, zijn er door verdachten op verschillende momenten bedreigingen geuit. Verdachte heeft zich uitdagend gedragen. Verdachte ging met zijn twee zussen naar een discotheek en nam uit voorzorg een pistool mee. In de discotheek ontstond er een woordenwisseling tussen verdachte en een groepje. Verdachte bedreigde toen enkele leden van het groepje met het pistool, dat hij ook op de personen richtte. Buiten kwam het uiteindelijk tot een schietpartij, waarbij verdachte iemand dood heeft geschoten. De rechtbank wees het beroep op noodweer af, omdat verdachte zelf de confrontatie bewust heeft opgezocht. [61]

2000

Verdachte stak het slachtoffer voor zijn fietsenwinkel met een mes, hetgeen letsel aan dunne en dikke darm veroorzaakte. Verdachte deed dat, omdat hij geïrriteerd was geraakt door het gedrag van het slachtoffer. Na de steekpartij, bleef verdachte met het mes in zijn hand en met zijn gezicht in de richting van de toegangsdeur van de werkplaats staan. Toen drie personeelsleden op verdachte afstormden, waarvan het tweede latere slachtoffer de verdachte bedreigde met een driepoot, stak hij het tweede slachtoffer ook neer. Dit keer met dodelijke afloop. Het hof overwoog onder meer dat verdachte door het blijven staan voor de winkel, met het mes in zijn hand en het gezicht naar de werkplaats, zich willens en wetens in een situatie heeft gebracht waarin de dreigende reactie van het tweede slachtoffer te verwachten was. De Hoge Raad sloot zich hierbij aan en verwierp het beroep. [62]

2004

De relatie tussen verdachte en zijn vriendin was al geruime tijd beëindigd, toen hij hoorde dat zij samenwoonde met het latere slachtoffer. Verdachte heeft toen meerdere malen telefonisch contact gezocht met zijn ex-vriendin. In de voorafgaande nacht aan de gebeurtenis, is er sms-contact geweest tussen verdachte en het toestel van zijn ex-vriendin. Uiteindelijk is er een telefoongesprek geweest tussen verdachte en het latere slachtoffer en is er ruzie ontstaan. Verdachte pakte toen een vleesmes en belde een bevriende taxichauffeur met het verzoek hem te brengen naar de woning van het latere slachtoffer. Tijdens de rit zei verdachte meerdere malen dat hij “hem zou afmaken”. Het lukte de taxichauffeur niet verdachte op andere gedachten te brengen. Bij de woning aangekomen, belde verdachte via de intercom aan bij het latere slachtoffer. Omdat deze al had gerekend op de komst van verdachte, had hij zich inmiddels voorzien van een vuurwapen dat hij aan verdachte toonde. In het gevecht dat toen ontstond, heeft verdachte meermalen het slachtoffer met het mes gestoken, tengevolge waarvan hij is overleden. Het Hof vond dat verdachte zich willens en wetens in een situatie heeft gebracht, waarin de dreigende reactie van de zijde van het slachtoffer te verwachten was. De Hoge Raad vond de motivering van het Hof toereikend en dat die niet getuigde van een onjuiste rechtsopvatting. [63]


[59] HR 27 mei 1935, NJ 1935, 1197.
[60] HR 1 juli 1987, NJ 1989, 389.
[61] Rechtbank Arnhem 13 december 1991, NJ 1992, 256.
[62] HR 31 oktober 2000, NJ 2001, 11.
[63] HR 16 november 2004, LJN AR2443.