Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Rechtspraak t.a.v. het treffen van voorzorgsmaatregelen

1964

Verdachte die invalide was werd gedurende lange tijd bedreigd door het latere slachtoffer. Omdat het slachtoffer bekend stond als gevaarlijk, droeg verdachte een breekijzer bij zich als verdedigingsmiddel. Op de bewuste dag greep het slachtoffer verdachte twee maal bij de keel, waardoor verdachte geen lucht meer kon krijgen. Toen sloeg verdachte het slachtoffer met het breekijzer op het achterhoofd. Het hof ontsloeg verdachte op grond van noodweerexces. Het dragen van een breekijzer, stond derhalve niet in de weg aan het beroep op noodweer/noodweerexces. [64]

1976

Ook in deze door mij al eerder besproken zaak, was er sprake van verdediging met een wapen. Verdachte trachtte nachtelijke indringers te verjagen uit zijn huis, met behulp van waarschuwingsschoten. Toen dat niet hielp, schoot verdachte één van zijn indringers dood. Het hof ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging op grond van noodweer. Wel werd verdachte veroordeeld voor verboden wapenbezit. [65]

1984

In de zaak die ik eerder heb behandeld en bekend staat als de “Bijlmer moord”, was ook een wapen (vuurwapen) als verdedigingsmiddel aan de orde. Verdachte schoot in de Bijlmer op twee overvallers, van wie er een dodelijk was getroffen. De rechtbank verwierp het beroep op noodweer. Het hof veroordeelde verdachte wel voor verboden wapenbezit, maar ontsloeg haar van alle rechtsvervolging op grond van noodweerexces. Ook voor de Hoge Raad was het verboden wapenbezit kennelijk geen beletsel voor noodweerexces, want de Hoge Raad verwierp het beroep. [66]


[64] Hof Leeuwarden 12 maart 1964, NJ 1965, 296.
[65] HR 30 maart 1976, NJ 1976, 322.
[66] HR 23 oktober 1984, NJ 1986, 56.