Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Culpa in causa

Doctrine

De Hullu

Volgens de Hullu kan culpa in causa een factor van belang zijn of een beroep op noodweer(exces) uiteindelijk moet worden aanvaard, maar die rol hoeft niet doorslaggevend te zijn. Twee veel voorkomende varianten van eigen schuld bij noodweersituaties, zijn het opzoeken van de confrontatie en het nemen van voorzorgsmaatregelen tegen dreigende aanrandingen. De Hullu vindt het helderder om de eigen schuld een eigen plaats te geven bij de vraag of een beroep op noodweer wordt gehonoreerd of niet. Het gaat niet zozeer om de noodzaak van de verdediging, maar om de rechtvaardiging van de verdediging. De (mate) van eigen schuld is een zelfstandige en relevante factor voor een beroep op noodweer, maar hoeft niet doorslaggevend te zijn. Door het zelfstandige karakter van culpa in causa, kan de eigen schuld nu beter bij noodweerexces als zelfstandig aandachtspunt worden geplaatst. Culpa in causa hoeft bij noodweer niet dezelfde betekenis te hebben als bij noodweerexces. [56]

Machielse

Machielse maakt een onderverdeling, ten aanzien van het begrip culpa in causa. Hij onderscheidt daarbij drie categorieën. Tot de eerste rekent hij de gevallen waarin het de dader erom te doen is geweest de ander tot een aanranding uit te dagen. De tweede categorie houdt in dat iemand die een beroep op noodweer doet, de aanranding heeft voorzien en daarom alvast voorzorgsmaatregelen heeft genomen. De voorzorgsmaatregelen kunnen onder meer bestaan uit het dragen van wapens, al dan niet illegale wapens. Tot de laatste categorie worden gevallen gerekend, waarin het niet de bedoeling was van de dader om het tot een aanranding te laten komen, maar toch kan worden gezegd dat de dader de aanranding heeft veroorzaakt. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten door het opzoeken van de confrontatie. In de eerste categorie gaat een beroep op noodweer niet op, maar in de tweede wel. Volgens Machielse is de rechtspraak met betrekking tot de laatste categorie nogal wisselend. [57]

Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink

Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink stellen dat de provocateur, kleine mishandelingen en zaakbeschadigingen op een andere wijze dan met een strafbaar feit moet beantwoorden. Alleen indien de aangevallene met de dood of zware verwondingen wordt geconfronteerd, is noodweer op zijn plaats. De “super-provocateur” die er alleen op uit is zijn tegenstander zwaar te verwonden of zelfs te doden, komt geen beroep op noodweer toe, aangezien er dan sprake is van misbruik van verdedigingsrecht. Een verdachte die door eigen onvoorzichtigheid in de noodweersituatie terecht is gekomen, moet wel een beroep op noodweer kunnen doen. [58]


[56] De Hullu 2006, p. 311.
[57] Machielse 1986, p. 612.
[58] Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink 1996, p. 323-324.