Noodweer(exces).nl

De beste informatie over deze ingewikkelde strafuitsluitingsgronden

Lijf, eerbaarheid of goed

Doctrine

Kelk

Kelk zegt ten aanzien van lijf, eerbaarheid en goed het volgende: De in het kader van de noodweer te verdedigen rechtsgoederen (lijf, eerbaarheid en goed) zijn gelimiteerd. De aanranding van het lijf is de belangrijkste. Geweld en bedreiging tegen mensen, zijn de ernstigste misdrijven die men kan begaan, waartegen verdediging onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. Onder eerbaarheid dient de kuisheid en fatsoen op seksueel gebied te worden verstaan. Het verdedigen tegen schending van de eer door belediging is niet gerechtvaardigd. Bij de aanranding van een goed, gaat het om een daadwerkelijke aantasting van het stoffelijke goed zelf, zoals bijvoorbeeld het beschadigen of vernielen ervan. De schending van het recht op dat goed valt er derhalve niet onder. [1]

De Hullu

De Hullu merkt op dat het bij het begrip lijf om de lichamelijke integriteit in wat bredere zin gaat en dat is volgens hem een zinvolle, moderne invulling. Ook ter verdediging tegen delicten als wederrechtelijke vrijheidsberoving is noodweer denkbaar. De enkele aantasting van het huisrecht, valt niet te rubriceren onder de in art. 41 Sr genoemde rechtsgoederen. Op zich is dat een lacune, maar dit levert in de praktijk zelden problemen op. Het wederrechtelijk binnendringen van een woning bijvoorbeeld, zal al snel een onmiddellijk dreigend gevaar voor aanranding van lijf of goed opleveren en dan is noodweer wel goed denkbaar. [2]

Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink

Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink zijn van mening dat het begrip “goed” bij diefstal een moeilijkheid veroorzaakt, omdat het goed zelf niet wordt aangetast, maar slechts in andere handen overgaat. Het beschikkingsrecht wordt belaagd en met het voorwerp ervan geïdentificeerd. De aanranding van rechten komen niet voor verdediging in aanmerking. Het verstoren van de huisvrede mag dan niet onder goed vallen, maar wie de indringer uit zijn huis verwijdert, zonder te mishandelen, pleegt geen strafbaar feit. Men dwingt wel iemand iets te doen (art. 284 Sr), maar het dwingen is dan niet wederrechtelijk. Iemand die van zijn vrijheid wordt beroofd zonder dat er van geweld sprake is en die door verbreking ontsnapt, kan zich wel op overmacht beroepen, maar niet op noodweer. [3]

Machielse

Tenslotte de mening van Machielse. Hij gelooft dat de beperking van de bescherming van lijf, eerbaarheid of goed maar weinig zin heeft, zowel gezien vanuit de optie van de noodweer als een natuurlijk recht op zelfverdediging, als vanuit die der rechtshandhaving. Het mag volgens hem echter niet zover gaan ook de verdediging van het algemeen belang onder noodweer te begrijpen, gezien de onenigheid die er bestaat over dit begrip. Bovendien moet de mogelijkheid dat een particulier zijn eigen goeddunken over het algemeen belang doordrukt, zo klein mogelijk worden gehouden. [4]


[1] Kelk 1998, p. 274-275.
[2] de Hullu 2006, p. 300-301.
[3] Hazewinkel-Suringa’s/Remmelink 1996, p. 315.
[4] Machielse 1986, p. 718.